Een positieve HPV-uitslag

Een positieve HPV-uitslag bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker: en nu?

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker draagt bij aan een vroege detectie van deze ziekte. Dit leidt in veel gevallen tot tijdige behandeling waardoor het geschatte aantal slachtoffers van baarmoederhalskanker ongeveer gehalveerd is. Echter, het bevolkingsonderzoek heeft als keerzijde dat veel vrouwen doorgestuurd worden naar de gynaecoloog voor behandeling terwijl er eigenlijk niets aan de hand is. Deze vrouwen maken zich voor niets grote zorgen dat ze kanker hebben en worden misschien wel onnodig behandeld. Het aantal doorverwezen vrouwen is groter geworden met de invoering van het bevolkingsonderzoek nieuwe stijl. Dit onderzoek test in uitstrijkjes van de baarmoederhals of er HPV-virussen aanwezig zijn. Het is bekend dat deze virussen baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Alleen een aanwezigheid van HPV-virussen is echter niet voldoende: slechts in een klein percentage van HPV-besmetting ontstaat er daadwerkelijk kanker. Wij zullen gaan onderzoeken of we met een nieuwe test het aantal onterecht doorverwezen vrouwen naar beneden kunnen brengen. In het kort maakt deze test onderscheid tussen HPV-aanwezigheid (ongevaarlijk) en  HPV-activiteit (misschien gevaarlijk). We zullen ons onderzoek uitvoeren op een aantal uitstrijkjes die al positief zijn bevonden in het bevolkingsonderzoek, en waarin vervolgonderzoek heeft aangetoond dat er geen afwijkingen in de baarmoederhals zijn gevonden. Ons onderzoek zal de vraag beantwoorden of deze test kan voorspellen of er vervolgbehandeling nodig is of niet.

Status 23 januari 2019:

Achtergrond:

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker in Nederland richt zich op
detectie van HPV in uitstrijkjes, gevolgd door cytologie in geval van een
positieve uitslag. De cijfers uit 2017 laten zien dat 9% van alle
deelnemende vrouwen HPV positief getest worden (in Nederland ongeveer 60.000
vrouwen). Verreweg het grootste gedeelte van deze groep vrouwen (ongeveer
75%) heeft geen cytologische afwijkingen. Van de vrouwen die wel
cytologische afwijkingen hebben en naar de gynaecoloog worden verwezen hoeft
eveneens slechts een klein gedeelte ook daadwerkelijk behandeld te worden.
Er is dus sprake van een grote hoeveelheid overdiagnoses die leiden tot
onnodige zorgen. In dit project willen de onderzoekers voor dit probleem een
oplossing zoeken.

Het project is in december 2018 daadwerkelijk van start gegaan. De subsidie
van Ruby and Rose is gebruikt om een deel van het salaris van een analist
met expertise in next generation sequencing (mevrouw Duaa ElMelik) te
bekostigen.

Wat is er tot nu toe gebeurd:

1)       Het vooronderzoek heeft zich gericht op detectie van HPV16 RNA in
een 29-tal baarmoederhalsweefsels. Er zijn echter veel meer hoog risico
HPVs. Daarom is de studie uitgebreid naar HPV18, 33, 45 en 52. Deze assay is
succesvol geweest en de onderzoekers hebben naast HPV16 in een aantal
samples HPV18, 33 en 45 RNA aan kunnen tonen. De resultaten worden nu verder
geanalyseerd.

2)       Eén van de belangrijke vragen is of deze test ook werkt op
uitstrijkjes die in fixatief bewaard worden en op zelfafnames. De
onderzoekers hebben een test gedaan op uitstrijkjes die langer dan een jaar
bewaard zijn geweest in het gebruikelijke preservcyt fixatief en hebben
laten zien dat er nog steeds betrouwbare en interpreteerbare data kunnen
worden gegenereerd. Er is ook aangetoond dat de test wel optimaal  werkt
wanneer de uitstrijkjes binnen 10 dagen na fixatie worden geanalyseerd. Zeer
hoopgevend is dat de test ook uitstekend werkt op zelfafname materiaal,
zelfs nadat monsters 1 week droog zijn bewaard bij kamertemperatuur.

Dit zijn zeer belangrijke en hoopvolle resultaten die toelaten dat de
onderzoekers vanaf nu grote series uitstrijkjes kunnen gaan analyseren.

Dr. William Leenders, Afdeling Biochemie, en Dr. Willem Melchers, Afdeling Medische Microbiologie, Radboud Instituut voor moleculaire levenswetenschappen

Door uw aankoop steunt u Ruby and Rose

SHOP & DONEER!